Jan Zwart..., maar dan anders   



Inleiding
Over de organist en componist Jan Zwart (20 augustus 1877 - 13 juli 1937) is slechts één boek verschenen, getiteld "Jan Zwart een profeet op de orgelbank" (juli 1957, auteurs A.J. Kret en F. Asma). Het boek is in eerste aanleg interessant en geeft een aardig beeld van Jan Zwart. De kwaliteit van deze publicatie laat echter ook te wensen over.

Het doel van deze pagina is om de veelzijdigheid van Jan Zwart aan te tonen, onder andere door ook zijn minder bekende kanten te belichten, met de bedoeling een vollediger en juister beeld van hem te schetsen.

Zo heeft hij zich ook naam verworven door zijn historische studies, waarbij zijn pleidooi voor Jan Pietersz. Sweelinck één van de opmerkelijkste aspecten genoemd mag worden.
Als één van de weinigen in zijn tijd had Jan Zwart oog voor onze oude orgels, waar hij zich voor inzette, die hij bespeelde, bestudeerde en waarover hij publiceerde.

Deze pagina is het laatst bijgewerkt op 9 september 2014.
(volledige verantwoording van de bijwerkingen: zie "Paginahistorie" onderaan). De laatste wijzigingen zijn:

Inhoud
Biografische schets Jan Zwart
De klok stilgezet?
Volgende generaties
Doorontwikkeling
Oude muziek
Nieuwe muziek - Zwarts tijdgenoten
Cantor
Intellectueel
Interview
Bronnenmateriaal
Vrijbrief
Orgelkunde
Koraalkunst
Fotogalerij
Bronnenvermelding

    Paginahistorie

 

Jan Zwart
Appendices
Overzicht
Appendix A: Overzicht van artikelen van en over Jan Zwart

Volledige teksten van artikelen van Jan Zwart
Appendix B.1: ga naar volledige tekstEnkele artikelen uit De Standaard
Appendix B.2: ga naar volledige tekstArtikelen uit diverse nummers van Het Orgelistenblad
Appendix B.3: ga naar volledige tekst"Causerieën" uit diverse nummers van de Omroepgids
Appendix B.4: ga naar volledige tekstArtikelen uit diverse nummers van Christelijk Zangersblad
Appendix B.5: ga naar volledige tekstArtikel "Orgelhistorische Wirwar", uit De Reformatie
Appendix B.6: ga naar volledige tekstArtikelen "Muzikale Kroniek", uit De Reformatie 1935
Appendix B.7: ga naar volledige tekstIngezonden brieven van Jan Zwart, De Reformatie, 1934
Appendix B.8: ga naar volledige tekstIngezonden/open brieven over De Waarde van onze Uitgave der Werken van Jan Pietersz. Sweelinck

Volledige teksten van artikelen over Jan Zwart
Appendix C.1: ga naar volledige tekstArtikelen uit diverse kranten rond Jan Zwart's overlijden
Appendix C.2: ga naar volledige tekst"Herinneringen (van een organist)", artikelen van Feike Asma
Appendix C.3: ga naar volledige tekstArtikel van K. Deddens uit Koers: Jan Zwart - organist-componist en orgelhistoricus
Appendix C.4: ga naar volledige tekstArtikel van Feike Asma, met o.a. registraties van Jan Zwart
Appendix C.5: ga naar volledige tekstArtikel van P. van Campen uit De Spiegel: Jan Zwart - begenadigd orgelmusicus
Appendix C.6: ga naar volledige tekstArtikel uit de NCRV-gids uit 1957: Jan Zwart-herdenking; voor onze microfoon
Appendix C.7: ga naar volledige tekstArtikel van dr. W. Mudde uit Organist en Eredienst: Jan Zwart in het perspectief van zijn tijd
Appendix C.8: ga naar volledige tekstArtikel uit het Geref. Gezinsblad 1957: Jan Zwart (1877-1937)
Appendix C.9: ga naar volledige tekstArtikel uit Het Orgel 1978: Een andere Jan Zwart-herdenking
Appendix C.10: ga naar volledige tekstArtikel uit Het Orgel 1977: Jan Zwart, leven en werken
Appendix C.11: ga naar volledige tekstArtikel uit Musica Sacra 1962: Jan Zwart en zijn levenswerk
Appendix C.12: ga naar volledige tekstArtikel uit Het Orgel 1959: Jan Zwart speelde voor u....
Appendix C.13: ga naar volledige tekstArtikel "The Modern Organ Music of the Netherlands", Eric C. Hemery, 1938/39
Appendix C.14: ga naar volledige tekstArtikel "Cantus-firmus-Singen", G.A. Bunjes, 1937
Appendix C.15: ga naar volledige tekstArtikelen over Jan Zwart, De Reformatie, 1933
Appendix C.16: ga naar volledige tekstArtikel "Jan Zwart en tijdgenoten", Dr. E. Kooiman, 1977
Appendix C.17: ga naar volledige tekstArtikel "Het vertekende beeld van Jan Zwart", Jaap Zwart jr, Trouw 1982
Appendix C.18: ga naar volledige tekstArtikel "Een boek over Jan Zwart", Jan Matter, Het Orgel 1957
Appendix C.19 ga naar volledige tekstvolledige tekst van het artikel "In Memoriam Jan Zwart", radiotoespraak van prof. K. Schilder, 1947
Appendix C.20 ga naar volledige tekst"De kleuren van Jan Zwart", verslag van de studiedag op 20 september 2004 in Zwolle


ga naar Inhoudsopgave Biografische schets Jan Zwart
De belangrijkste bron voor deze schets is het artikel van Jan Zwart jr. in "Profeet op de orgelbank".
Jan Zwart werd op 20 augustus 1877 in Zaandam geboren.Toen hij 5 jaar oud was verhuisde het gezin naar Rotterdam. Al op jonge leeftijd bleek zijn aanleg voor muziek in het algemeen en orgelspel in het bijzonder. Hij kreeg orgelonderwijs van H. van Eijk, later van G.B. van Krieken en korte tijd van Hendrik de Vries.
In 1893 werd hij organist van de Gereformeerde Kerk aan de Westzeedijk in Rotterdam, waar hij een tweeklaviers Frans drukwind harmonium bespeelde. Enige tijd later werd hij benoemd in de hervormde gemeente te Capelle aan de IJssel.

In 1898 verbond hij zich aan de Hersteld Evangelisch Lutherse Gemeente in Amsterdam. Dit was een orthodoxe afsplitsing van de Lutherse Gemeente in Amsterdam. Zwart vestigde zich enige tijd na deze eervolle benoeming in Zaandam.
Bij zijn proefspel voor deze functie liet hij belangrijke mededingers als Cornelis de Wolf (die korte tijd later de Prix d'Excellence haalde!) en H.F. Bos (de latere Domorganist) ver achter zich.
Voor dit examen werden in de eerste ronde, waaraan diverse organisten meededen, de volgende eisen gesteld:
De namen van de kandidaten waren hierbij niet bekend voor de examencommissie. Deze examencommissie bestond uit G.A. Heinze (muziekdirecteur), A. Pomper (organist Oude Lutherse Kerk) en Corns. Immig jr. (organist Evangelisch-Lutherse Kerk Rotterdam). Nadat de commissie de prestaties van de deelnemers had besproken, werden drie organisten uitgenodigd voor de tweede ronde. Hierin werden de volgende eisen gesteld: De examencommissie was unaniem in haar oordeel over Jan Zwart en verkoos hem. De bijna 80-jarige nestor G.A. Heinze genoot ervan: "Ein Naturmusiker", riep hij zijn mede-juryleden toe. Vooral werd geroemd zijn bijzonder talent tot improviseren, waardoor het karakter van het lied in het voorspel volmaakt tot zijn recht kwam.

Zwart was de opvolger van Gullen (zie paragraaf Nieuwe muziek - Zwarts tijdgenoten). Daardoor had Zwart het na zijn benoeming aanvankelijk niet gemakkelijk. De emoties, opgewekt door het onvrijwillig ontslag van Gullen, werkten lang na en een eventuele terugkeer van Gullen kon alleen plaatsvinden als Jan Zwart weer zou vertrekken. Zwarts spel werd daarom eerst nog wel mikpunt van kritiek en soms zelfs afgekraakt.

Zwart was ook actief als componist. Op 18-jarige leeftijd schreef hij het "Trio Gebed des Heren" en het "Postludium en Fuga Psalm 72:11". Hij componeerde bewerkingen van psalmen, gezangen en geestelijke liederen voor orgel. Zijn composities werden snel geliefd. Ze waren dan ook geschreven in een aangenaam romantisch idioom dat soms herinnert aan Mendelssohn en Guilmant. Velen gingen door zijn liedbewerkingen voor het eerst bewust naar muziek luisteren en sommigen zijn via zijn orgelkoralen uiteindelijk bij Bach, Beethoven en Bartok beland.
Soms verwijt men Zwart dat de klankwereld van zijn composities al ouderwets was in de tijd waarin ze ontstonden. Wanneer men zijn muziek vergelijkt met de kerkmuziek van zijn jongere rooms-katholieke tijdgenoot Hendrik Andriessen (1892-1981) zit in dat verwijt een kern van waarheid. Men moet echter wel bedenken, dat binnen de rooms-katholieke kerk de interesse voor nieuwe muziek al eerder op gang was gekomen. Jan Zwart moest helemaal bij het begin beginnen. Bovendien stelde hij zich ten doel dat veel van zijn muziek ook door eenvoudige dorpsorganisten gespeeld moest kunnen worden.
Binnen zo'n kader kan men natuurlijk niet optreden als pleitbezorger van een modern klankidioom. Ook de orgelwerken van Zwarts protestantse collega Cornelis de Wolf (1880-1935, organist van de Grote Kerk te Arnhem en hoofdleraar aan het Amsterdamsch Conservatorium) waren in die tijd van hun ontstaan niet echt modern.

Zwart begon in 1917 een eigen muziekuitgeverij om zijn orgelmuziek te publiceren. Daarnaast verzorgde hij uitgaven van muziek van collega-organisten.

Steeds meer ging Jan Zwart zich in de geschiedenis van orgels, orgelspel en kerkmuziek verdiepen. Dit resulteerde in publicaties in een groot aantal tijdschriften, zoals in het door hemzelf geredigeerde "Orgelistenblad".
Vanaf 1925 verzorgde Jan Zwart bespelingen voor de Nederlandse radio. Dat was voor de AVRO, en vanaf 1929 voor de NCRV. Deze "live" concerten vonden wekelijks plaats en duurden maar liefst anderhalf uur. Ze werden uitgezonden vanuit "De Kloof" (de Hersteld Evangelisch Lutherse Kerk aan de Kloveniersburgwal) in Amsterdam. In 1932 ontstond er een breuk tussen Zwart en de NCRV, toen de omroep voor die bespelingen een nieuw fabrieksorgel in de studio installeerde van de fa. Dekker uit Goes. Dit was een inferieur instrument en Zwart weigerde erop te spelen en diende rond 1 oktober zijn ontslag in, zodat zijn laatste radiobespeling op 26 september was. Een principiële stap, want voor Zwart en zijn gezin waren hiermee ook belangrijke inkomsten in het geding. Men moet zich realiseren dat het de periode van de crisisjaren was. Na bemiddeling van de theoloog Klaas Schilder kwam Zwart na een week weer in dienst van de NCRV en zette de radiobespelingen op zijn "eigen" orgel voort.

Een ander opvallend initiatief van Jan Zwart was het organiseren van "orgeldagen". Vanaf 1931 vonden deze plaats in 's Hertogenbosch, Alkmaar en Deventer.
Jan Zwart had nog vele plannen toen hij op 13 juli 1937 na een korte ziekte overleed. Na zijn dood zorgde zijn oud-leerling Cor Kee voor een doorbraak in het idioom van psalmbewerkingen voor het orgel. Zijn bundel "Psalmen voor Orgel" is een uniek document van deze ontwikkeling. Het is ook in dit opzicht jammer dat Jan Zwart niet een decennium langer heeft geleefd.
Het is heel goed mogelijk dat ook in zijn stijl van componeren veranderingen gekomen zouden zijn. Aanzetten tot een sobere moderne stijl waren al hoorbaar in zijn "Sombere Muziek over Psalm 103:8". Dit stuk, waarvan de eerste schetsen al uit 1920 dateren werd in 1933 bij gelegenheid van Zwarts 40-jarig jubileum uitgegeven.

Jan Zwarts pogingen om een groot publiek vertrouwd te maken met de orgelkunst hebben groot succes gehad. De huidige interesse in dat typische stuk Nederlandse cultuur is voor een groot deel aan zijn veelzijdige initiatieven te danken. Meer informatie daarover is te vinden in de paragraaf "Interview".

ga naar Inhoudsopgave De klok stilgezet?
Lange tijd is Jan Zwart vooral naar buiten gebracht als orgelpopularisator. Op zichzelf genomen werkte Zwart enorm aan de populariteit van het orgel, maar wel met zeer brede horizon, waardoor hij zich ook inzette voor zijn tijdgenoten. Dat element is dikwijls over het hoofd gezien, en is helaas bij leerlingen zoals Feike Asma en bijvoorbeeld zoon Willem Hendrik verloren gegaan: ze speelden niet of nauwelijks Messiaen, Distler, laat staan nog hedendaagser orgelcomponisten (zoals Jan Welmers, Petr Eben, Jean Langlais).
Feike Asma had een zeer grote bewondering voor Jan Zwart, waardoor hij alles wat Jan Zwart deed of dacht nogal verabsoluteerde. Ondanks alle verdiensten van Asma voor het orgel heeft hij daardoor in feite de klok rond 1937 stilgezet. Daarbij zag hij over het hoofd dat Jan Zwart altijd een grote belangstelling had voor de nieuwste orgelcomposities. Jan Zwart speelde Widor- en Vierne-symfonieën en stukken van Hendrik Andriessen toen de inkt daarvan bij wijze van spreken nog nat was, en introduceerde deze muziek in Nederland. Asma heeft pas aan het eind van de zestiger jaren de eigentijdse muziek "ontdekt" en zich er daadwerkelijk voor ingezet, zoals voor de muziek van Andriessen, Monnikendam, Van Westering, Langlais e.a. Dit werd Asma echter door zijn publiek niet in dank afgenomen.


ga naar Inhoudsopgave Volgende generaties
Wat de zonen van Jan Zwart betreft, telkens weer wordt in een biografie van bijvoorbeeld Willem Hendrik Zwart (o.a. op zijn CD's) genoemd dat hij een zoon van Jan Zwart was. In het geval van Willem Hendrik kan de betekenis daarvan niet heel groot zijn, want hij was pas 12 jaar oud toen zijn vader overleed. De vraag is dus in hoeverre iemand zich dan later in artistieke zin bewust is van die erfenis, en of iemand zich dan later echt het spel van Jan Zwart kan herinneren.
In zo'n biografie wordt echter nogal de suggestie gewekt, dat erg bekend is wat vader Zwart deed en vond. Je moet je echter in alle nuchterheid afvragen hoe betrouwbaar de indrukken van een kind van twaalf zoveel decennia later over zijn vader zijn. Zeker als het over deze diepgaande materie gaat.
Kun je stellen (zoals de biografieën aangeven) dat Willem Hendrik orgelles van zijn vader heeft gehad? Natuurlijk, maar dan moet je je meteen realiseren dat dit op basisniveau is geweest. Kun je stellen (zoals J.C. Karels op www.meetingpoint.org/orgel/ in K&M 1998 vermeldt): "Jan Zwarts invloed is erg groot geweest op Willem Hendrik"? Natuurlijk wel, maar gesprekken over "diepere orgelzaken" zoals interpretatie en artistieke zaken heb je niet met een kind van 12. Latere uitspraken van en over Zwarts zonen over zulke onderwerpen moeten dus op hun juiste waarde worden beoordeeld.

Ook vanuit de tweede generatie na Jan Zwart wordt grootvader soms op een bepaalde manier als referentie gebruikt. Op de website van kleinzoon Everhard Zwart staat een verwijzing naar de orgellessen die hij kreeg van vader en van Feike Asma. Daarna wordt "geconcludeerd": "Zo is de overlevering van Jan Zwart's muzikale opvattingen direct bij hem terecht gekomen.". Elders op die website wordt het opnieuw genoemd: "Zo is er dus een direkte muzikale verbintenis tussen grootvader en kleinzoon, niet alleen via zijn vader maar ook via zijn leermeester Feike Asma". En op de website www.deum-fidentes.solcon.nl/ orgelconcerten/ organist.htm staat het precies zo te lezen. Het moge na het voorgaande en na de onderstaande paragrafen duidelijk worden dat door zulke stellingen creatief met de feiten wordt omgegaan....
Dat idee wordt helaas verder bevestigd als op dezelfde website staat te lezen hoe Everhard door zijn vader werd aangespoord om een lespraktijk te openen waarin juist die specifieke Jan Zwart-eigenschappen gedoceerd en doorgegeven kunnen worden. Alleen, over welke specifieke eigenschappen gaat het hier? De volgende paragrafen geven namelijk zicht op heel andere Jan Zwart-eigenschappen.


ga naar Inhoudsopgave Doorontwikkeling
Bij Zwarts leerlingen is namelijk ook een groep geweest die zich na hun periode bij Jan Zwart wèl hebben doorontwikkeld: bijvoorbeeld Cor Kee en Willem Mudde.
Cor Kee heeft ooit in een interview verteld dat hij samen met Jan Zwart in de trein zat, kort voor Zwarts dood. Jan Zwart heeft aan Cor Kee toen verklaard dat hij in zijn composities een andere kant op wilde.
Een compositie als het korte trio Psalm 6 wijst er duidelijk op dat Jan Zwart zich ook kon laten inspireren door de "oude Nederlanders". Het Trio Psalm 6 geeft een heel andere dimensie weer van het componeren van Jan Zwart, en zou, met andere soortgelijke werken, meer aandacht verdienen op concertprogramma's.

Heeft Jan Zwart "school" gemaakt? Het is opmerkelijk dat geen van zijn leerlingen de veelzijdigheid van Jan Zwart bezat. Zijn drie bekendste leerlingen hebben zich evenwel op verschillende facetten van het werk van hun leermeester geconcentreerd. Zo maakte Feike Asma zich bij uitstek geliefd als concertorganist en zo zette hij de popularisering van het orgel voort. De organist en componist Cor Kee heeft zich vooral geprofileerd als componist en improvisator op het orgel. Voor op dit laatste gebied vond hij internationale erkenning. Willem Mudde tenslotte heeft zich als cantor ingezet voor de vernieuwing en ontwikkeling van de protestantse- en vooral van de Lutherse kerkmuziek. Kennelijk misten deze drie leerlingen de veelzijdigheid van hun leermeester. Doordat zij de idealen van hun leermeester uitdroegen en verdiepten heeft Jan Zwart wel zeker "school" gemaakt.

Jan Zwart bij de speeltafel van
de "Kloof" te Amsterdam.
Deze foto is genomen na zijn
100e orgelconcert, gegeven voor
de NCRV op 15 december 1931.

ga naar Inhoudsopgave Oude muziek
Deze tekst is onder andere gebaseerd op een artikel van dr. Frits Zwart zoals opgenomen in het door hem geredigeerde programmaboek van de "Nationale Jan Zwart-herdenking 1987".
Jan Zwart had grote belangstelling voor oude muziek. Dit is een tot nu toe enorm onderbelicht aspect van hem. Hij speelde muziek van Sweelinck, Speuy en Van Noordt op zijn concerten (zie paragraaf "Interview" en foto 21). Dat was uniek, want dat werd in die tijd door concertorganisten niet gedaan. Van de Dortste organist Hendrick Speuy verschenen in 1610 2-stemmige Psalmcomposities, waarop Jan Zwart in zijn "Orgelistenblad" in mei 1926 de aandacht vestigde, en ze regelmatig op zijn concertprogramma's plaatste. De Psalmen en fantasieën van Anthonie van Noordt (1659) laten een volgende fase uit de Nederlandse Orgelmuziek horen, waarin de pedaalpartij een zelfstandige basfunctie had gekregen. De meeste aandacht vroeg Zwart echter voor Jan Pietersz. Sweelinck. Zwarts voornemen om een monografie over Sweelinck te schrijven heeft hij helaas niet kunnen verwezelijken.
Zijn belangstelling was niet beperkt tot deze drie oude Nederlanders. Op zijn orgelbespelingen kwamen ook de namen voor van bijvoorbeeld C. F. Hurlebusch en Q. van Blankenburg. In Zwarts publikaties is die belangstelling nog breder en blijkt dat die in feite het hele muziekleven van de 16e en 17e eeuw omvatte. Zo publiceerde hij in het "Weekblad voor muziek" over H. Albicastro en liet hij in zijn geschriften de lezers kennis nemen van wat hij wist over muzikale praktijken, speelmanieren, orgel-geschiedenis etc.
Die belangstelling hield niet op bij de landsgrenzen want in 1918 voerde Zwart met zijn Lutherse Amsterdamse Cantorij de Matthaus Passion van Schutz uit (niet in concertversie, maar als onderdeel van een liturgische dienst). Dit is zeer revolutionair als je bedenkt dat de revival van de oude muziek in Nederland ("oude-muziekbeweging") pas ongeveer halverwege de jaren 1960/70 op gang is gekomen. Hier worden altijd de namen Harnoncourt en Leonhardt genoemd; op zich volkomen terecht, maar vergeet niet dat Jan Zwart al zo'n dertig (!) jaar daarvoor de revival in z'n eentje gestart heeft. Voor zover bekend is dat een volstrekt unicum op de Nederlandse muzieklandkaart.
Ook voor de composities uit de 19e eeuw had Jan Zwart een warme belangstelling. In het voetspoor van Mendelssohn hadden mensen als Bastiaans, Van Eyken en De Lange sr. muziek geschreven waarin het koraal dikwijls wezenlijk bestanddeel uitmaakte. Daarom ruimde Zwart van tijd tot tijd ook plaats in voor deze muziek. In maart 1932 speelde hij voor de NCRV een Rotterdams programma met muziek van onder meer M.H. van 't Kruys, S. de Lange sr., J.B. Litzau en G.B. van Krieken. Uit de begeleidende "radio-causerie" in de omroepgids is het volgende ontleend:

"Van deze gelegenheid moeten wij even gebruik maken om ... op te merken hoe in dit Rotterdamsch voorbeeld voor ons altijd gelegen heeft de drang naar een specifieke protestantsche koraalkunst, doordrongen van het eigen, inheemsche gemeentelied. Een koraalkunst die niet afgedwongen behoeft te worden door liturgische noodzaak - die er trouwens ook niet is of ooit zal komen - maar geheel vrij, uit zichzelf opbloeit rond onze protestantsche muziekdienst van alle Zondagen en die zich kan uiten, zooals ook in de practijk van de Lange's dagen, permanent of van tijd tot tijd in onze publieke orgelvoordrachten.
Hoe dat leven bij het Koraal, speciaal in Rotterdam, haast tot ideaal wordt spreekt wel sterk in een verschijning, die thans in onze bespeling aan de beurt is n.l. J. B. Litzau, de Lutherse Kerkorgelist, wiens volledige verzameling orgelwerken door A.W. Gottschalg uitgegeven, voor ons ligt. Al moeten wij er bij zeggen dat nagenoeg het geheele materiaal aan zangwijzen door hem ontleend werd aan, bij ons totaal onbekende kerkliederen, wat geweldig jammer is en waarschijnlijk een reden dat deze meesterstukken in hun soort, voor Nederland zoo goed als dood zijn blijven liggen. Want hoe knap ook de Sonaten zijn waarvan wij de 2e ditmaal op verzoek spelen, met alle respect voor de kennis en kunde van Litzau, halen ze toch niet bij het overgroote deel der Koraal-variaties, paraphrasen, canons en fuga's - de sterkste zijde van dezen Nederlandschen orgelmeester..."

Het is duidelijk dat Jan Zwart de drang naar "een specifieke protestantsche koraalkunst" zelf sterk heeft gevoeld. Voor het eerst maakte hij dat kenbaar in 1917, toen hij bij het vierde eeuwfeest van de kerkhervorming zijn Fantasie over het Lutherlied "Een vaste burcht is onze God" publiceerde. (Jarenlang stond dit werk op de lijst van verplichte werken voor de examens voor de getuigschriften van de Nederlandse Organisten Vereniging). Daarmee startte hij tevens zijn idealistische uitgaveserie "Nederlandsche Orgelmuziek; ten gebruike voor, tijdens en na den eeredienst in Protestantsche Godsdienstoefeningen: bij Orgelconcerten, Kerkelijke Muziekuitvoeringen en voor zelfstudie in kerk en huis." Het succes van deze uitgaven is in de loop der jaren onomstotelijk gebleken.


ga naar Inhoudsopgave Nieuwe muziek - Zwarts tijdgenoten
Deze tekst is gebaseerd op een artikel van dr. Gert Oost zoals opgenomen in het door dr. Frits Zwart geredigeerde programmaboek van de "Nationale Jan Zwart-herdenking 1987".
Samuel de Lange sr. (1811-1884) bespeelde de orgels van de Waalse- en de Zuiderkerk, sinds 1864 van de Grote- of Sint Laurenskerk. Zijn orgelsonates behoren tot de belangrijkste Nederlandse orgelliteratuur van de 19e eeuw en kunnen naast de sonates van Felix Alexandre Guilmant in Frankrijk en van componisten als Mendelssohn, Merkel, Töpfer e.a. in Duitsland gesteld worden. Lineaire schrijfwijze vindt zijn toepassing in een gematigd harmonisch klankveld.
Toen Jan Zwart in 1882 als jongen van 5 jaar in Rotterdam kwam wonen was Samuel de Lange nog de organist van de Sint Laurenskerk, in 1884 volgde Marius Hendrik van 't Kruys hem op.
Een andere "voorganger" van Zwart is Richard Hol (1825-1904), die van 1862 tot 1888 organist van de Utrechtse Domkerk was. Meer dan Samuel de Lange is hij een symfonicus. Het orgel speelde een bescheidener rol in zijn leven en werk. Zijn koraalfantasie "Aus Dunkel zum Licht" gebaseerd op het koraal "God, enkel Licht" geeft van dit symfonische denken een goed beeld: het werk heeft een duidelijke programmatische opbouw die bijna vraagt om "orkestratie".
Boeiend in dit opzicht zijn de nauwkeurig opgetekende registratie-aanwijzingen van de hand van Hols leerling Johan Wagenaar.
Tot de direkte omgeving van Jan Zwart behoren J.A. Gullen en Hendrik de Vries. Johan Aron Gullen (1838-1920) was Jan Zwarts voorganger als organist van de Hersteld Evangelisch Lutherse Kerk te Amsterdam. De man moet er een verdrietige taak aan gehad hebben, want zijn ambtsperiode wordt gekenmerkt door voortdurende ruzies met het consistorie en met de orgelstemmers, klachten en haarkloverijen over speeltempo en autoritair gedrag, zelfs een boete, tenslotte eind januari 1897 eindigend in (bepaald niet eervol) ontslag! Hendrik de Vries (1857-1929) was vanaf 1894 de organist van de Sint Laurenskerk in Rotterdam. Hij stond bekend als een groot orgelvirtuoos. De moeilijkste werken kwamen op zijn programma's voor. Zijn Postlude werd bij Novello in Londen uitgegeven. Hendrik de Vries werd Jan Zwarts belangrijkste orgelleraar. Naar overlevering zou deze Zwart hebben gestimuleerd naar de functie van organist aan de Hersteld Evangelisch Lutherse Kerk te Amsterdam te solliciteren. Helemaal zeker is dat echter niet.
Dan komen we tot de grote kring van Zwarts tijdgenoten: Nederlandse organisten uit de eerste veertig jaren van de 20e eeuw. Ze hebben allen iets met Jan Zwart te maken.
Willem Petri (1865-1950) leerling van Richard Hol, was organist aan diverse Utrechtse Kerken: zijn Praeludium (Chacona) en Fuga werd al snel door Jan Zwart in zijn privé opgezette maandblad "Het Organistenblad" (1918) aangekondigd en zeer gewaardeerd. Anthonius W. Rijp (1867-1931), de blinde organist van de Nieuwe Kerk te Amsterdam, schreef zijn Scène Pastorale in Frans-impressionistische sfeer. Het werk werd door Jan Zwart in zijn serie "Nederlandsche Orgelmuziek" uitgegeven (boek 10). Ook de Fantasie over Psalm 33 van Cornelis de Wolf verscheen in deze uitgave.
De Wolf (1880-1935), sinds 1918 organist van de Sint Eusebiuskerk te Arnhem, was in zekere zin een tegenpool van Jan Zwart: tot een broederlijk de handen in een slaan kwam het niet. Toch speelde Jan Zwart zijn Psalm 33 op zijn eerste propagandaconcert voor de Nederlandse Orgelmuziek in Alkmaar op 26 juni 1918.
Al heel vroeg komt ook de naam Cor Kee in de kolommen van Jan Zwarts publicaties voor. Hij werd in 1900 te Zaamdam geboren en werd Jan Zwarts bekendste leerling. Een direkte tijdgenoot was Jacob Bijster (1902-1958). Evenals bij Jan Zwart en Cor Kee had het reformatorische kerklied een sterke aantrekkingskracht op hem, hetgeen onder andere resulteerde in het theoretische geschrift "De grondslagen van het Protestantse Koraalspel" (1936).
Dan zijn er nog twee grote persoonlijkheden: Hendrik Andriessen, de nestor van de Rooms Katholieke 20e eeuwse orgelmuziek in ons land. Door zijn kerkelijke achtergrond stond hij in zijn dagen veraf van Jan Zwart, die er geen doekjes om wond hoe hij over zijn Rooms Katholieke medebroeders en -zusters dacht. Des te opvallender is het dat Jan Zwart de werken van Andriessen toch vaak op zijn programma's zette.
En er is Anthon van der Horst met bijvoorbeeld zijn Toccata uit de Suite in Modo conjuncto: wat een andere wereld! Van der Horst ontwikkelde zijn eigen muzikale taal, maar was hierin ook een onbegrepene!
Zoals eerder gezegd, Jan Zwart speelde ook symfonieën van Widor (1845-1937) en Vierne (1870-1937) en introduceerde deze moderne muziek in Nederland, nog tijdens het leven van deze componisten. Zo is er nog een concertprogramma van Zwart van 14 juli 1925 bekend uit "De Kloof" (van de wekelijkse avondbespelingen van 8-9 uur van april tot en met october). Dit concert is "...gewijd aan Charles Marie Widor - deze nog in leven zijnde, 80 jaar oude Fransche componist geb. 1845, schreef 10 groote Symphonieën...". Dit concert werd geheel gevuld met de 4e en 5e symphonie van Widor.

ga naar Inhoudsopgave Cantor
Deze tekst is gebaseerd op een artikel van dr. Frits Zwart zoals opgenomen in het door hem geredigeerde programmaboek van de "Nationale Jan Zwart-herdenking 1987".
Toen Jan Zwart in 1907 de leiding kreeg van het toen opgerichte kerkkoor van de Hersteld Evangelisch Lutherse Kerk te Amsterdam, betekende dat onder meer dat hij ook aan de medewerking van het koor aan de erediensten inhoud moest geven. Daardoor was hij in Nederland de eerste die als cantor fungeerde en het cantoraat vorm gaf. Een neerslag hiervan zien we in zijn composities voor koor die vanaf dat moment ontstonden.
Voor die tijd had Jan Zwart wel vocale muziek geschreven, maar dat was voornamelijk voor kinderkoor (en diverse instrumenten), want voor 1907 leidde hij het kinderkoor van de Zondagsscholen van de Herst. Ev. Luth. Gemeente. In verband hiermee is het interessant te weten dat de "Kerstsuites" voor orgel (de eerste Kerstsuite verscheen in 1917) oorspronkelijk voor een andere bezetting gedacht zijn. Zo is bijvoorbeeld de Meditatie over "Vol van pracht" (Suite II) oorspronkelijk geschreven voor fluit, viool, sopraan (ad lib.), kinderkoor en orgel (voltooid 23 november 1911), evenals de Pastorale "De Herders" over "'t Was nacht in Bethlehems dreven" (Suite II, voor Kerstfeest 1906), en is de Inleiding over "Eere zij God" (Suite I), opnieuw voor dezelfde bezetting, oorspronkelijk genoteerd in D grote terts.
De harmonisaties van de kerkliederen voor Passie en Pasen zijn voorbeelden van koorzettingen die Jan Zwart vervaardigde en gebruikte voor het kerkkoor. Het blijkt dat hij ook wel zettingen van anderen gebruikte zoals van M. Praetorius.
De bewerkingen over het Pinksterlied "O Heil'ge Geest daal op ons neer" zijn "vrijere" zettingen, waarbij de meerstemmigheid verschillend wordt toegepast. Karakteristiek harmoniegebruik van Zwart treft men vooral aan in de 6-stemmige bewerking. De orgelpartij volgt de harmonieën, maar niet de stemvoering en is dus eigenlijk een obligate partij.
Het oude kerstlied "Uyt Oosterlanden" maakt deel uit van een reeks van 7 "Oud-Nederlandsche Melodieën" voor 4-stemmig koor bewerkt. Dit is een doorgecomponeerde bewerking van 3 coupletten. Uit dezelfde reeks is de zetting van het lied "Heer Jesus heeft een hofken".
Ook de "Minnebode" valt onder deze groep te rekenen, maar verscheen in 1914 bij Alsbach te Amsterdam in een uitgavereeks van de "Nederlandsche Koorvereeniging". Opnieuw gaat het om een doorgecomponeerde bewerking van het bekende volksliedje "Daar was een sneeuwwit vogeltje".
Het is duidelijk dat de dikwijls eenzijdige kijk op de muziek van Jan Zwart door de kennisname van deze lichtvoetige bewerkingen aanmerkelijk kan worden verbreed.
Met zijn Koraalcantates introduceerde Jan Zwart het z.g. "Cantus Firmus" zingen. Hiermee geeft Zwart met betrekkelijk eenvoudige middelen het kerkkoor (we zouden nu spreken over cantorij) een functioneel aandeel in de eredienst, zonder daarbij de gemeente tot passiviteit te brengen. Want bij de afsluitende coupletten zingt de gemeente de cantus firmus (de melodie) en het koor contrapunterende harmonieën, zonder de melodie te verdubbelen. Jan Zwart heeft zich hierbij, zoals hij zelf eens schreef, laten inspireren door Luther, die over een melodie schreef "... waarbij drie, vier of vijf andere stemmen ook worden gezongen, die zulke eenvoudige melodie als juichend omspelen en met allerlei klanken deze melodie wonderbaarlijk sieren en tooien, vriendelijk elkaar ontmoeten en liefkozen en elkaar omarmen ..."
De manier waarop Jan Zwart gestalte gaf aan de "cantus firmus zang" introduceerde hij in 1936. Op zichzelf is over de werkzaamheden van Jan Zwart als cantor wel meer te zeggen. Met zijn kerkkoor heeft hij ook grote werken uit de koorliteratuur uitgevoerd. Het 25-jarig bestaan van het kerkkoor, in 1932, werd gevierd met de uitvoering van een aan Mendelssohn gewijd programma, dat de Psalmen 95 en 42, alsmede de 3e en 6e sonate voor orgel vermeldde.
Verder introduceerde Jan Zwart in ons land de Mattheüs Passion en de Johannes Passion van Heinrich Schütz. Hierbij ging het niet om concertuitvoeringen, maar om uitvoeringen in zogenaamde "Liturgische Godsdienstoefeningen" waarbij de gemeente actief werd betrokken.

ga naar Inhoudsopgave Intellectueel
Ook de artikelen van Jan Zwart op muziekhistorisch gebied over Sweelinck en orgelbouw zijn vandaag de dag vrijwel vergeten. Het lijkt wel of men niet geconfronteerd wil worden met Jan Zwart als intellectueel, wat hij ten zeerste was. In feite is Zwart genegeerd door de muziekwetenschap. Maar je kunt wel stellen dat Jan Zwart een musicoloog avant la lettre was.

ga naar Inhoudsopgave Interview
Op maandag 7 juli 1930 werd het volgende interview gehouden met Jan Zwart door een medewerker van de VARA. Aanleiding voor het interview was Zwarts 75e radio-orgelconcert. Het interview is ontleend aan de Radiogids van de VARA, 4e jaargang no. 37 van juli 1930. Enkele fragmenten zijn toegevoegd uit andere interviews.

Maandag a.s. zal de Zaandamsche orgelist Jan Zwart z'n 75e, zegge vijf-en-zeventigste orgelconcert geven voor de radio. Dat geleek ons en ook de redactie van den "Radiogids" een ongezochte gelegenheid, om de luisteraars eens iets nader te brengen tot de persoon en tot het werk van dezen eminenten musicus.
Het was niet gemakkelijk hem tot een interview te bewegen, want Jan Zwart is er de man niet naar, om z'n eigen verdiensten gaarne te zien geëtaleerd. Maar het gelukte ons dan toch hem aan het praten te krijgen, eerst op de orgelbank van zijn prachtig instrument in de Hersteld Evang. Luthersche Gemeente te Amsterdam, later rustig bij hem thuis, in z'n eenvoudige woning aan de Reigerstraat te Zaandam.
Zij die van de prachtige klanken van het kerkorgel houden, zullen met veel genoegen geluisterd hebben naar de orgelconcerten van Jan Zwart, temeer, daar het timbre van het orgel in de genoemde Amsterdamsche kerk zich proefondervindelijk uitnemend leent voor radio-overdracht. Het sterkste forte komt prachtig over en de volle accoorden ruischen een kamer binnen in volle schoonheid.

Zwart: Het was in 1914, even na het uitbreken van den wereldoorlog, dat ik eigenlijk met die orgelbespelingen begonnen ben. Er was bij ons een dominé die op de gedachte kwam: "laten we de kerk eens voor het volk openzetten, net als dat in Duitschland en Amerika gebeurt en laat dan het orgel eens een uurtje spelen. Dat geeft wellicht eenige gewenschte ontspanning in dezen mobilisatietijd". Toen ging ik op een Donderdagmiddag "ad libitum" wat orgel spelen. Een programma had ik niet en er waren misschien 5 of 6 menschen in de kerk! De belangstelling groeide evenwel en na verloop van een paar maanden gaf ik een programma. Ik speelde dan een uur vol. Na afloop vroeg men mij dan wel eens een en ander en zoo ontstond er een orgelconcerten-publiek, dat ik in een serie van 200 concerten deed kennismaken met de geheele orgelliteratuur. Ik had leeren verstaan, dat de hoofdstad verre achter was bij Rotterdam, waar De Vries heele speelprogramma's lanceerde. De concerten, die eerst des Woensdagsmiddags van 3 tot 4 uur werden gegeven, werden later pas des avonds gesteld. Toen was er weldra geen plaatsje in de kerk meer onbezet. Dat was in 1919.
En dat is nu zoo gebleven tot op den dag van heden. Ik heb blijkbaar belangstelling weten te wekken voor de grootsche orgelliteratuur, want ik speelde niet alleen de gangbare werken, maar ook b.v. het volledig oeuvre van Guilmant en Widor, om er maar eens twee te noemen. Dat was voor velen een openbaring, want we kunnen gerust zeggen, dat in 1919 Amsterdam de rijke orgelliteratuur in haar geheel niet kende. Ik heb de geheele Fransche school, de Duitsche moderne orgelschool en de Engelsche literatuur doorgenomen, met het gevolg, dat er in Amsterdam een publiek kwam, dat alléén om der wille van het orgelspel kwam luisteren. Dat was voor mij een groote voldoening, want zoo groeide in mij het voornemen om het Kerkorgel weer populair te maken, zooals het dat vroeger ook geweest is. Daarom heb ik ook geen concerten "met solisten" willen geven. Men heeft in ons vak veelal den koning der instrumenten tot 't knechtje van andere speeltuigen gemaakt, en dat heb ik nooit gedaan. Mijn orgelspel is altijd om der wille van 't orgel-zelf geweest: om het publiek zijn majesteitelijke schoonheid te leeren kennen en belangstelling op te wekken voor de zeer uitgebreide, voor een groot deel weinig uitgevoerde, orgelliteratuur. Ik heb nooit met solisten saamgewerkt, om zoodoende mijn instrument naar 't tweede plan te verdringen, maar heb belangstellenden gelegenheid geboden, zich een gedegen indruk te vormen van wat het orgelspel-op-zich te geven vermag.

Vraag: U bepaalde zich, zooals bekend, niet tot Amsterdam alleen?
Zwart: Neen. Ik wilde door het geheele land het orgel populair maken. Ik ging naar verschillende kerkvoogdijen toe en zei: zet de kerk maar open, dan zal ik spelen. Men geloofde er aanvankelijk niet erg in, doch in Alkmaar, Deventer, Zutphen en vele andere plaatsen heb ik aldus een orgelconcerten-publiek gevormd, waar men versteld van stond.
Zoo heb ik na 1919 de orgelmuziek uitgedragen tot het publiek.

Vraag: En de Radio?
Zwart: Bleek een enorm hulpmiddel in mijn streven om het orgel meer populair te maken. In het orgaan van den Chr. Radio-Omroep heb ik een aparte correspondentie-rubriek met belangstellenden. Ik ben de eerste organist geweest, die voor de radio heeft gespeeld en doordat mijn orgel zoo buitengewoon goed klonk, juist door de microfoon, heeft de Chr. Omroep mij geëngageerd voor wekelijksche orgelbespelingen op Maandagmiddag. Maandagmiddag 7 Juli gaat de 75e! Dat is dus bijna in anderhalf jaar tijd. Ik speel veel meer concerten in zoo'n periode: zeker 150, want ik speel gemiddeld 100 concerten per jaar.

Vraag: U lascht in uw programma's nogal eens liedvariaties in, ook van U zelve. Heeft U daar een bepaalde bedoeling mee?
Zwart: Wanneer men een geestelijk lied of een koraal als thema geeft en men gaat daarop varieeren, dan heeft het publiek iets, waaraan het houvast heeft. Her herkent het thema en daardoor wordt het ingeleid in het groote en gecompliceerde klankbeeld van de orgelmuziek. Ik geef er meestal op m'n programma's zooiets bij. U weet, dat Sweelinck beroemd was om z'n fantasieën op koralen.

Vraag: U vergeet ook niet de Nederlandsche componisten, heb ik bemerkt.
Zwart: Zeker niet. Ook werk van onze Nederlandsche componisten dient gespeeld te worden. Sweelinck in de eerste plaats en bijvoorbeeld de mijns inziens nog genialere Van Noort. Op een van mijn laatste concerten introduceerde ik nog de Passacaglia en fuga van George Stam; een fijn werk, wat vreemd misschien, maar het is onze plicht onzen hoorders deze werken te brengen. We kennen het violistenrépertoire op ons duimpje, zoo zal het in de toekomst ook moeten met het orgelrépertoire.
Ik ben behalve uitvoerend musicus, ook een liefhebber van historische en daarmede verband houdende archiefstudie. Ik hoop als mijn levenswerk achter te laten een groot boek over Jan Pietersz. Sweelinck. Ik wil hem, den stichter der Nederlandsche organistenschool van het begin der 17e eeuw, schetsen, zooals tijdgenooten die met hem omgingen, hem hebben gekend. Daar ben ik reeds lang mee bezig en ik ondervind allerlei hulp daarbij. Hoe kwam het bijvoorbeeld, dat Sweelinck 16 leerlingen uit Duitschland had? Waarschijnlijk is Frescobaldi óók bij Sweelinck geweest.
En weet u, wat voor mij nu een buitengewoon belangrijk ding is? Sweelinck is slechts de groote orgelcomponist van Nederland kunnen worden, omdat in zijn tijd het publieke orgelspel nog bestond. En dáár moet het wéér heen. Een organist was vroeger in dienst van de stad; hij werd goed betaald en speelde veel voor het publiek. In Haarlem heeft men daar nog een overblijfsel van.
Nu viert in het organistendom het dilettantisme (de goede vaklieden niet te na gesproken) hoogtij. Dat is geen wonder. Want wat heeft een organist eigenlijk te doen? Des Zondags dienst en nog een paar dingen als trouwplechtigheden, enz. Het is dus geen wonder dat de salarissen ook laag zijn.
Maar de vroegere stads-organisten beheerschten het geheele muziekleven van hun stad. Dat houd ik mijn leerlingen ook altijd voor: werkt er voor, zooals ik dat doe, om het orgel weer populair te maken, dan komt ook het organistenberoep wat meer tot z'n recht. Het vroegere organistschap was voor alle dagen, niet voor den Zondag alleen en dáárdoor kon Sweelinck een geheel nieuwen orgelstijl scheppen.
Het moet er naar toe, dat de kerken opengesteld worden voor het publiek, kosteloos en dat er dan op bepaalde uren op het orgel gespeeld zal worden.

Vraag: Vertel ons eens iets van Uw levensloop.
Zwart: In Rotterdam ontving ik mijn eerste onderricht: als leerling van G.B. van Krieken en Hendrik de Vries. Aanvankelijk was ik, naast mijn muziekstudie, op 't kantoor bij m'n vader. Maar de liefde voor't orgel was sterker dan die voor pen en papier: ik liep herhaaldelijk weg en zat meer in de kerk dan op den bureaustoel. Zoo kreeg ik, zestien jaar oud, mijn vaste aanstelling als organist van de Geref. Kerk aan de Westzeedijk te Rotterdam. Die heette toen nog de zoogenaamde stal van Hoboken. Hoe klein mijn emplooi ook was - ik speelde op een harmonium met twee klavieren en pedaal -, toch droomde ik al van een groote kerk, al besefte ik, dat dit verre toekomstmuziek zou zijn. Later is de groote mooie Westzeedijkkerk er voor in de plaats gekomen, doch dat orgel heb ik nooit als orgelist het mijne mogen noemen. Wel acht ik mij gelukkig later, toen Besselaar naar de St. Laurenskerk verhuisde, als zijn opvolger aangezocht te zijn. Toen de nieuwe kerk gebouwd werd, was ik echter reeds lang weg. In 1893 was ik in Rotterdam begonnen, maar in 1896 vertrok ik naar de Ned. Herv. Kerk te Capelle a.d. IJssel, onder den rook van Rotterdam. Daar bleef ik twee jaar, want in 1898 kwam er een vacature in de kerk, welke ik nu reeds 32 jaar als orgelist dien.
Ik heb een vergelijkend examen moeten doen voor deze plaats. Examinatoren waren G.A. Heinze, A. Pomper en Immig. Ik deed gelijk examen met Rijp van de Nieuwe Kerk, Bos van de Domkerk te Utrecht en C. de Wolf van Arnhem, thans leeraar aan het Conservatorium te Amsterdam.

Vraag: Uw orgel is een pracht instrument!
Zwart: Ja, het is een van de echte oude orgels; het stamt van 1795. Bij m'n 25-jarig jubileum is er een "Fernwerk" aan toegevoegd. Maar dat heeft het kernachtige klankgehalte van het orgel onaangetast gelaten. Het is alléén noodig voor het uitvoeren van moderne orgelmuziek. Het bleek nu, dat deze kernachtige klank, prachtig door de radio over wordt gebracht. In Februari 1929 heeft de Chr. Radio-Omroep mij vast aan zich verbonden.

Vraag: Is het harmonium in de huiskamer niet al te zeer door de radio verdrongen of kunt U in de beoefening van het harmoniumspel ook een climax waarnemen?
Zwart: Het harmonium heeft zich moeten vergenoegen met een mindere plaats, doch in de Christelijke gezinnen zal het toch altijd een bijzondere positie blijven innemen. In harmoniumspel als kunstvakspel geloof ik echter niet, wel is het er om de belangstelling voor het kerkorgel te kweeken; in een richting, zooals Karg-Elert die voorstaat, zie ik geen heil.

Zoo vertelde Jan Zwart in laaiend enthousiasme voor zijn instrument. Moge dit interview iets bijdragen tot het schoone doel, dat hij zich stelt: de populariseering van het geweldigste aller muziekinstrumenten: het orgel.


ga naar Inhoudsopgave Bronnenmateriaal
De composities/manuscripten van veel belangrijke Nederlandse componisten zijn voor musicologen te raadplegen voor onderzoek. Het bronnenmateriaal over Jan Zwart is nog niet ter beschikking voor musicologen. Veel materiaal is wel verzameld maar er is ongetwijfeld ook nog veel materiaal in privé-bezit.
Na de dood van Jan Zwart zijn de geschriften, handgeschreven composities, notities en brieven verspreid geraakt onder zijn kinderen en leerlingen. Het risico is aanwezig dat grote delen van Jan Zwarts nalatenschap uit het zicht verdwijnen en mogelijk zelfs zoek raken, zoals ook met werken van J.S. Bach is gebeurd, waaronder vele cantates en twee complete passionen.


Fragment van een voorspel van Jan Zwart

ga naar Inhoudsopgave Vrijbrief
Een ander gevolg van het niet beschikbaar zijn van Jan Zwarts originelen is, dat moeilijk is na te gaan hoe authentiek de na zijn dood uitgegeven werken zijn. Als voorbeeld: een wel door Jan Zwart zelf uitgegeven werk is "De Vaste Burcht". Evenals dit bij andere koraalfantasieen uit die periode het geval is (bijvoorbeeld Reger, en in Nederland De Wolf), wordt deze koraalfantasie niet afgesloten door een harmonisatie van de koraalmelodie.

Eerste pagina van koraalfantasie
"Vaste Burcht" van Cor Kint
Desondanks is een koraalfantasie met een slotharmonisatie natuurlijk geen compositorische onmogelijkheid; zo componeerde een collega van Jan Zwart, Cor Kint, eveneens een koraalfantasie over "Een Vaste Burcht". Deze groots opgezette fantasie, welke geheel is doorgecomponeerd, sluit nauw aan bij de koraalfantasieën van Reger. Het werk sluit af met een fuga met als thema de kop van de eerste koraalregel. Deze fuga wordt op zijn beurt afgesloten met een grootse koraalharmonisatie met een doorgaande achtstenbeweging in het pedaal. Jan Zwart kende en waardeerde deze koraalfantasie en wijdde er het volgende puntdichtje aan:

Cor Kint, had je vader dit geweten,
hij had je geen Cor Kint, maar Cor Kerel geheten.


Dat Jan Zwart bij zijn eigen Fantasie, volgens de overlevering, in het laatste jaar van zijn leven meer en meer de slotvariatie verving door een koraalharmonisatie, mag geen aanleiding zijn om een zelfgevonden harmonisatie aan een compositie van Jan Zwart toe te voegen; temeer daar over de omstandigheden, waaronder Jan Zwart deze verandering doorvoerde, nog allerminst duidelijkheid bestaat.

Daarentegen stond Zwart de speler van de Vaste Burcht-fantasie een bepaalde vrijheid toe in de omgang met de verschillende "losse" variaties, waaruit de Fantasie is opgebouwd. Dit blijkt uit Zwarts mededeling uit de NCRV-gids (6e jaargang, pagina 49) bij dit stuk:
"De Fantasie "Vaste Burg" is zo ingericht, dat men haar geheel of gedeeltelijk kan gebruiken, naar 't uitkomt, zelfs maakt het niets uit of men een der variaties wil weglaten of onderling zoals de 1e met de 2e wil omwisselen."
Maar het door de componist toegestane weglaten of wisselen van delen is natuurlijk iets anders dan zelf een slotkoraal toevoegen. Bovenstaand citaat van Jan Zwart heeft waarschijnlijk betrekking op het gebruik van deze muziek in de eredienst, aangezien Jan Zwart het door hemzelf uitgegeven werk uitdrukkelijk zowel voor kerkdiensten als voor concerten bedoeld heeft.
Maar het betreft zeker niet alleen "De Vaste Burcht", op deze manier is er meer muziek van Jan Zwart geredigeerd en zijn er bijvoorbeeld koraalzettingen ontstaan onder de naam van Jan Zwart, die in werkelijkheid helemaal geen onderdeel van zijn werk zijn.
Nog een voorbeeld daarvan is het voorspel van Psalm 84. Dit is een posthume uitgave en moet daarom al met de nodige omzichtigheid worden behandeld. Het bevat in de gedrukte uitgave geen koraalzetting, in de praktijk zijn evenwel bij werken als deze regelmatig koralen te horen, waarbij men zich de vraag kan stellen in hoeverre deze koralen nog iets met Jan Zwart te maken hebben. Op die manier wordt Jan Zwarts naam een vrijbrief om naar eigen smaak maar wat te doen en te verzinnen. En, met verwijzing naar het bovenstaande, die "traditie" moeten we doorgeven?
Uit onderzoek is gebleken dat het orgelspel dat zovele Zwart-adepten kenmerkt (het "gretige en emotionele toetsengraaien") weinig van doen heeft met de beheerste manier van spelen van Jan Zwart zelf. Van hem zijn nog oude geluidsopnamen bewaard gebleven, waarop te horen is hoe beheerst en zorgvuldig hij speelde.

ga naar Inhoudsopgave Orgelkunde
Jan Zwart heeft zijn leven lang een bijzonder grote interesse gehad voor het mechanische historische orgel. Over het oude Nederlandse orgelbezit publiceerde hij veel en uitvoerig in tal van bladen. Mede daardoor, en door de grote kennis van zaken die hij daarbij toonde, geldt hij zonder meer als een van de grondleggers van de orgelkunde. Vele uren bracht hij door in de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek om naspeuringen te doen naar gegevens over de orgelhistorie van Nederland.
Zijn duidelijke affiniteit met het historische orgel was in Jan Zwarts tijd nogal bijzonder, omdat in de eerste helft van de 19e eeuw via organisten, orgeladviseurs en orgelbouwers het "moderne fabrieksorgel" in opkomst was. "Historisch" werd in die tijd soms als oud beschouwd door de forse smaakverandering. Daardoor ontaardden orgelrestauraties nogal eens in ingrepen waarbij disposities gewijzigd werden en de orgelkassen werden volgezet met inferieur pijpwerk en inferieure bedieningsinstallaties. Zwarts "eigen" orgel aan De Kloof (zie foto's onder) gold voor hem als het klinkendste argument tegen de orgelbouwkundige modes van die vooroorlogse jaren.
De dispositie van dit in 1796 gebouwde orgel was:

HoofdwerkRugwerkBovenwerkPedaalSpeelhulpen
Prestant 16 vtQuintadena 16 vtPrestant 8 vtPrestant 16 vtdrie Tremulanten
Bourdon 16 vtPrestant 8 vtRoerfluit 8 vtOctaaf 8 vtkoppeling HW-BW
Prestant 8 vtFlûte douce 8 vtQuintadena 8 vtOctaaf 4 vtkoppeling HW-RW
Holpijp 8 vtOctaaf 4 vtGamba 8 vtRoerquint 5 1/3 vt   koppeling Pedaal-HW
Octaaf 4 vtGedekte fluit 4 vtOctaaf 4 vtMixtuur 3 stvier afsluitingen
Speelfluit 4 vtGedekte quint 3 vtFluit 4 vtSubbas 16 vt
Quint 3 vtSpeelfluit 2 vtNasard 3 vtBourdon 8 vt
Fluit 2 vtFlageolet 1 vtWoudfluit 2 vtBazuin 16 vt
Octaaf 2 vtMixtuur 4-5-6 stScherp 3-4 stTrompet 8 vt
Cornet 5 stSexquialtera 2-4 st   Fagot 16 vtTrompet 4 vt
Mixtuur 4-5-6 st   Hobo 8 vtDulciaan 8 vtCinq 2 vt
Trompet 16 vtTrompet 8 vtCornet à piston 8 vt   
Trompet 8 vt

Overigens liet hij zijn Kloof-orgel wel uitbreiden met een aantal nieuwe, moderne registers: veel strijkers en 8-voeten. Maar hij had daarbij weer zoveel respect voor het oude orgel dat dit niet in de plaats kwam van oude registers, maar als zwelwerk aan het derde manuaal werd toegevoegd. Duidelijk is dit ook te zien op foto 2 van onderstaande fotogalerij, aan de afwijkende registerknoppen linksboven. In februari 1922 (een andere bron spreekt van 11 februari 1923) kon het vergrote orgel weer in gebruik worden genomen, mede als huldeblijk bij Jan Zwarts 25-jarig jubileum als organist. Het pedaal werd uitgebreid met Subbas 16 vt en Violoncel 8 vt. Het zwelwerk had de volgende dispositie:
   Salicionaal 8 vt
   Holpijp 8 vt
   Vox Celeste 8 vt
   Viola 8 vt
   Dolce 8 vt
   Flûte harmonique 4 vt
   Woudfluit 4 vt
   Hobo 8 vt

Later, in januari 1940, is dit pijpwerk apart op een pneumatisch 4e klavier gezet, onder het rugwerkklavier.

ga naar Inhoudsopgave Koraalkunst
Jan Zwart was in feite schepper van een nieuw genre in de Nederlandse muziekgeschiedenis van de 19e en 20e eeuw. Over de kwaliteiten van zijn eigen composities drukte Zwart zich bescheiden uit. Hij gaf zelf aan:
"Wanneer men een geestelijk lied of koraal als thema geeft en men gaat daarop varieeren, dan heeft het publiek iets, waaraan het houvast heeft. Het herkent het thema en daardoor wordt het publiek ingeleid in de groote en gecompliceerde klankbeeld van de orgelmuziek. Ik geef er meestal op m'n programma zooiets bij."
Dus eigen composities, die slechts als "binnenkomers" bedoeld zijn voor het echte grote werk, als Bach, Franck, Widor en Vierne.

ga naar Inhoudsopgave Fotogalerij
Klik op een foto om een vergroting te zien.
   Foto's aangeduid met  *  zijn reproducties uit het fotoarchief van G. van Betlehem (www.betlehem.nl)
   Foto's aangeduid met  1)  komen uit de collectie van de Historisch Topografische Atlas van de Gemeentelijke Archiefdienst Amsterdam.
   Foto's aangeduid met  2): Raymond Mallentjer

 Jan Zwart

[1]

[3*]

[10]

[19]

[27]

[15]
 
 Jan Zwart en familie

[5]

[9]

[22*]

[23*]

[36]

[48]

[49]

[51]

[52]

[54]

[55]
 
 In en rond 'De Kloof'

[4]

[381)]

[33]

[37]

[2]

[30]

[17]

[7]

[11]

[31]

[40]

[392)]

[16]

[18]

[66]
 
 Jan Zwart in Berlijn

[35]

[34]

[25]

[44]

[45]
 
 Bespeling van diverse orgels

[6]

[29]

[53]
 
 Bijzondere gelegenheden

[12]

[24*]

[13]

[14]

[8]

[43]

[50]

[59]

[60]

[61]

[62]

[63]

[64]

[65]
 
 Op Jan Zwart gebaseerde kunst

[28]

[46]

[47]
 
 Diverse handschriften

[20]

[26*]

[26*]

[32]

[41]

[42]

[55]

[56]

[57]

[58]


ga naar Inhoudsopgave Bronnenvermelding
Deze pagina kwam mede tot stand door gesprekken met en materiaal en adviezen van:      Literatuurlijst Omdat vrijwel al het bovengenoemde en in de appendices gebruikte materiaal van en over Jan Zwart verspreid is in kranten en tijdschriften, is het niet doenlijk geweest om aan alle mogelijke rechthebbenden toestemming te vragen voor publicatie op internet. Indien er personen of instanties zijn die menen aanspraak te kunnen maken op auteursrechten, dan kunnen zij contact opnemen met de webmaster.


ga naar Inhoudsopgave Paginahistorie
Deze web-pagina heeft de volgende wijzigingen ondergaan (van onder naar boven):

      - 09-09-2014: Fotogalerij: toegevoegd foto 66
      - 28-01-2014: Kijk- en bladermogelijkheden van de fotogalerij verbeterd

      - 08-01-2011: Appendix A aangevuld: tekst gewijzigd over de CD-boxen "Jan Zwart Orgelwerken I & II"

      - 26-06-2009: Appendix A aangevuld: tekst over de CD-box "Jan Zwart Orgelwerken I" toegevoegd

      - 06-12-2008: Appendix A aangevuld: CD "Jan Zwart Orgelwerken" toegevoegd
      - 12-02-2008: Fotogalerij: toegevoegd foto's 60 t/m 65

      - 13-03-2006: Appendix A aangevuld: CD "Rondom Jan Zwart, een organist en zijn tijdgenoten" toegevoegd

      - 24-02-2005: Fotogalerij: toegevoegd foto 59
      - 08-02-2005: Fotogalerij: toegevoegd foto 55 t/m 58
      - 05-02-2005: Appendix A aangevuld: artikelserie bij 82 volledige tekst toegevoegd
      - 16-01-2005: Appendix A aangevuld: artikel bij 81 volledige tekst toegevoegd
      - 15-01-2005: Appendix A aangevuld: artikel bij 80 volledige tekst toegevoegd
      - 14-01-2005: Appendix A aangevuld: artikel bij 79 volledige tekst toegevoegd
      - 13-01-2005: Appendix A aangevuld: artikel bij 78 volledige tekst toegevoegd
      - 12-01-2005: Appendix A aangevuld: artikel bij 77 volledige tekst toegevoegd
      - 11-01-2005: Appendix A aangevuld: artikel bij 76 volledige tekst toegevoegd
      - 09-01-2005: Appendix A aangevuld: artikel bij 75 volledige tekst toegevoegd
      - 09-01-2005: Appendix A aangevuld: artikel bij 74 volledige tekst toegevoegd

      - 13-10-2004: Appendix A aangevuld: artikel bij 73 volledige tekst toegevoegd
      - 12-10-2004: Appendix A aangevuld: artikel bij 72 volledige tekst toegevoegd
      - 11-10-2004: Appendix A aangevuld: artikel bij 71 volledige tekst toegevoegd
      - 29-09-2004: Appendix C.20 toegevoegd: verslag van een studiedag over Jan Zwart op 20 september 2004 in Zwolle
      - 21-09-2004: Appendix A aangevuld: artikel bij 70, volledige tekst toegevoegd
      - 18-09-2004: Appendix A aangevuld: artikel bij 156, volledige tekst toegevoegd
      - 17-09-2004: Appendix A aangevuld: artikel bij 84, volledige tekst toegevoegd
      - 12-09-2004: Appendix A aangevuld: artikelen bij 83, volledige tekst toegevoegd
      - 02-09-2004: Fotogalerij: kwaliteit van foto 9 verbeterd, foto's 54 en 55 toegevoegd
      - 25-08-2004: Fotogalerij: toegevoegd foto 53

      - 08-11-2003: Appendix A aangevuld: artikel 85, volledige tekst toegevoegd
      - 22-03-2003: Appendix A aangevuld: artikel 86, volledige tekst toegevoegd
      - 15-02-2003: Appendix A aangevuld: artikel 155b, volledige tekst toegevoegd
      - 04-02-2003: Fotogalerij: toegevoegd foto 50-52, kwaliteit foto 14 verbeterd
      - 31-01-2003: Appendix A aangevuld: artikel 216 toegevoegd, volledige tekst van In memoriam Jan Zwart, uit Maandblad Het Orgel, 1937
      - 30-01-2003: Appendix A aangevuld: paragraaf "Artikelen over Jan Zwart en zijn werk in: Nederlandsche Orgelmuziek" toegevoegd
      - 27-01-2003: Appendix A aangevuld: artikel 209 toegevoegd, volledige tekst van Nagedachtenis Jan Zwart, uit Het Kerkorgel 34
      - 25-01-2003: Appendix B.2 aangevuld: tekst van de Orgelistenbladen 1 1926, 2 1926 en 1 1929
      - 11-01-2003: Appendix C.19 toegevoegd: volledige tekst van het artikel "In Memoriam Jan Zwart", radiotoespraak van prof. K. Schilder, 1947
      - 07-01-2003: Appendix C.18 toegevoegd: volledige tekst van het artikel "Een boek over Jan Zwart" van Jan Matter, uit Het Orgel, 1957
      - 06-01-2003: Appendix B.8 toegevoegd, appendix A aangevuld: brieven van Jan Zwart over De Waarde van onze Uitgave der Werken van Sweelinck
      - 04-01-2003: Appendix A aangevuld: paragraaf "Op zichzelf staande artikelen van Jan Zwart in De Standaard" toegevoegd
      - 04-01-2003: Appendix A aangevuld: paragraaf "Artikelen over Jan Zwart en zijn werk in overige boeken en bladen" uitgebreid
      - 03-01-2003: Appendix C.17 aangevuld: volledige tekst van een kritisch artikel van Piet van der Steen over het artikel van Jaap Zwart jr, 1982
      - 02-01-2003: Appendix C.17 toegevoegd: volledige tekst van het artikel "Het vertekende beeld van Jan Zwart" van Jaap Zwart jr., uit Trouw 1982
      - 02-01-2003: Appendix C.16 aangevuld: volledige tekst van een kritisch artikel van Folkert Grondsma over LP en tekstboek Jan Zwart en tijdgenoten, 1978

      - 26-12-2002: Appendix C.16 toegevoegd: Jan Zwart en tijdgenoten, Dr. E. Kooiman, 1977
      - 23-11-2002: Fotogalerij: toegevoegd foto 49
      - 12-11-2002: Uitbreiding Appendix B.7 met 2 ingezonden brieven van Jan Zwart in artikelen van prof. K. Schilder in De Reformatie 1934
      - 23-11-2002: Appendix C.15 toegevoegd: artikelen over Jan Zwart in De Reformatie 1933
      - 09-11-2002: Appendix B.7 toegevoegd: ingezonden brieven van Jan Zwart in artikelen van prof. K. Schilder in De Reformatie 1934
      - 09-11-2002: Uitbreiding Appendix B.6 met twee artikelen van Jan Zwart uit De Reformatie 1935 in de rubriek Vakwetenschap en Praktijk
      - 01-09-2002: Appendix B.6 toegevoegd: "Volledige tekst van artikelen "Muzikale Kroniek" uit De Reformatie 1935"
      - 22-08-2002: Appendix C.14 toegevoegd: "Volledige tekst van het artikel Cantus-firmus-Singen"
      - 14-07-2002: Fotogalerij: rubriek "Op Jan Zwart gebaseerde kunst" en foto's 44 - 48 toegevoegd
      - 28-06-2002: Appendix B.5 toegevoegd: "Volledige tekst van het artikel Orgelhistorische Wirwar"
      - 22-06-2002: Appendix C.13 toegevoegd: "Volledige tekst van het artikel The Modern Organ Music of the Netherlands"
      - 19-06-2002: Appendix C.12 toegevoegd: "Volledige tekst van een artikel uit Het Orgel 1959: Jan Zwart speelde voor u...."
      - 18-06-2002: Appendix C.11 toegevoegd: "Volledige tekst van een artikel uit Musica Sacra 1962: Jan Zwart en zijn levenswerk"
      - 16-06-2002: Appendix C.10 toegevoegd: "Volledige tekst van een artikel uit het Het Orgel 1977: Jan Zwart, leven en werken"
      - 16-06-2002: Appendix C.9 toegevoegd: "Volledige tekst van een artikel uit het Het Orgel 1978: Een andere Jan Zwart-herdenking"
      - 15-06-2002: Appendix C.8 toegevoegd: "Volledige tekst van een artikel uit het Geref. Gezinsblad 1957: Jan Zwart (1877-1937)"
      - 14-06-2002: Paragraaf "Orgelkunde" uitgebreid met de dispositie van het orgel in De Kloof
      - 14-06-2002: Appendix C.7 toegevoegd: "Volledige tekst van een artikel uit Organist en Eredienst: Jan Zwart in het perspectief van zijn tijd"
      - 12-06-2002: Appendix C.6 toegevoegd: "Volledige tekst van een artikel uit de NCRV-gids: Jan Zwart-herdenking; voor onze microfoon"
      - 12-06-2002: Appendix C.5 toegevoegd: "Volledige tekst van een artikel uit De Spiegel: Jan Zwart - begenadigd orgelmusicus"
      - 10-06-2002: Appendix C.4 toegevoegd: "Volledige tekst van een artikel uit Orgelblad van Feike Asma, met o.a. registraties van Jan Zwart"
      - 10-06-2002: Appendix C.3 toegevoegd: "Volledige tekst van een artikel uit Koers: Organist-componist en orgelhistoricus"
      - 08-06-2002: Appendix C.2 toegevoegd: "Herinneringen (van een organist)", artikelen van Feike Asma over Jan Zwart"
      - 08-06-2002: Appendix C.1 toegevoegd: "Artikelen uit diverse kranten rond Jan Zwart's overlijden"
      - 05-06-2002: Appendix B.4 toegevoegd: "Volledige tekst van de artikelen van Jan Zwart uit drie nummers van Christelijk Zangersblad"
      - 04-06-2002: Appendix B.3 toegevoegd: "Volledige tekst van de Causerieën van Jan Zwart uit drie nummers van de Omroepgids"
      - 03-06-2002: Appendix B.2 toegevoegd: "Volledige tekst van de artikelen van Jan Zwart uit vier nummers van Het Orgelistenblad"
      - 27-05-2002: Fotogalerij gerubriceerd (originele nummering is gehandhaafd), bijschriften van diverse foto's uitgebreid
      - 27-05-2002: Fotogalerij: toegevoegd foto's 41 - 43, kwaliteit van foto's 13 - 15 en 37 verbeterd
      - 24-05-2002: Fotogalerij: toegevoegd foto's 36 - 40
      - 18-05-2002: Appendix B.1 toegevoegd: "Inhoud van enkele artikelen uit De Standaard van Jan Zwart"
      - 15-05-2002: Fotogalerij: bijschriften bij diverse foto's uitgebreid
      - 14-05-2002: Fotogalerij: toegevoegd foto's 29 - 35
      - 26-04-2002: Fotogalerij: toegevoegd foto's 27 en 28
      - 07-04-2002: toevoegingen in paragrafen "Biografische schets Jan Zwart" en "Nieuwe muziek - Zwarts tijdgenoten"
      - 27-02-2002: Fotogalerij: kwaliteit verbeterd van foto 3, toegevoegd foto's 22 t/m 26
      - 23-02-2002: Appendix A toegevoegd: "Overzicht van artikelen van Jan Zwart"

      - 15-07-2001: paragraaf "Vrijbrief" bijgewerkt
      - 11-06-2001: Fotogalerij: kwaliteit van foto's 1, 3-6, 8, 9 en 17 verbeterd
      - 10-06-2001: algehele bijwerking; paragraaf "Paginahistorie" verplaatst naar onderen
      - 10-06-2001: paragraaf "Bronnenvermelding" toegevoegd
      - 10-06-2001: paragraaf "Curriculum vitae Jan Zwart" hernoemd in "Biografische schets Jan Zwart"
      - 04-06-2001: paragraaf "Nieuwe muziek - Zwarts tijdgenoten" toegevoegd
      - 04-06-2001: paragraaf "Cantor" toegevoegd
      - 04-06-2001: aanvulling in paragraaf "Vrijbrief"
      - 04-06-2001: toevoeging in eerste gedeelte paragraaf "Oude Muziek"
      - 27-05-2001: paragraaf "Oude muziek" uitgebreid
      - 26-05-2001: toegevoegd paragraaf "Interview"
      - 25-05-2001: Fotogalerij: laad-tijd van de meeste foto's gehalveerd
      - 24-05-2001: Fotogalerij: toegevoegd foto's 19-21
      - 16-05-2001: bijstellingen aangebracht in paragrafen "Volgende generaties", "Vrijbrief" en "Intellectueel"
      - 14-05-2001: correcties aangebracht in "Inleiding"; paragraaf "Curriculum vitae Jan Zwart" verplaatst
      - 04-05-2001: inhoudsopgave met hyperlinks toegevoegd
      - 04-05-2001: details toegevoegd in paragrafen "Orgelkunde" en "Curriculum vitae Jan Zwart"
      - 20-04-2001: details toegevoegd in paragraaf "Curriculum vitae Jan Zwart"
      - 20-04-2001: alle uitspraken van Jan Zwart geaccentueerd
      - 19-04-2001: verbetering in paragraaf "Orgelkunde"
      - 19-04-2001: wijziging in paragraaf "Koraalkunst"
      - 15-04-2001: gecorrigeerd en aangevuld paragraaf "Orgelkunde"
      - 15-04-2001: details toegevoegd in paragrafen "De klok stilgezet?" en "Volgende generaties"
      - 13-04-2001: toegevoegd paragraaf "Koraalkunst"
      - 13-04-2001: toegevoegd paragraaf "Curriculum Vitae Jan Zwart"
      - 13-04-2001: Fotogalerij: toegevoegd foto 17
      - 06-04-2001: Web-pagina Jan Zwart opgezet